vrijdag 23 mei 2014

Onder de maan


De schoonheid van de nacht,
die mysterie en hartstocht ontluikt,
valt niet te combineren met de noodzaak van de dag,
die warmte, geluk en duidelijkheid schept.

Gabriƫlle, war bist du bleiben


Het verlengde van de breuk,
zoals het gemis van een losgerukte vrucht.
Blind op zoek naar zijn oorspronkelijke paradijs.

Jij ruikt al te gauw naar de zon,
die zijn eerste ogen, 
op jou heeft gebrand.
Jij ruikt al naar een andere wereld,
ver van mijn Atlantis,
spiegelpoel van de hemel.
Jij kleurt nu de wangen van anderen,
door in de wereld te staan,
en te vallen.

Je was mijn sterkte,
maar het is niet meer intens,
niet langer in mij
mijn gehouwen, visceraal altaar.
Niet in mijn water,
niet in mijn handen.

Als het kwade oog drukt
op de deur van je muizenis
en jouw boodschap 
enkel door mij begrepen wordt,
kruip dan terug naar mijn schoot,
met een boeket lelies in de hand.
Zo zijn we eeuwig puur
en ongeschonden.