dinsdag 30 december 2014

Aquarel


Ik schilder je 's nachts
Met mijn vingertoppen kleur ik je
bloedrood
en lik ik je wonden

Het wordt een aquarel
van bange schaduwen 
in mijn schoot,
Van noodzakelijke zonden

Ik verdwijn tussen jouw vleugelbladen,
een brug der zuchten,
waar enkel de zot ziet
hoeveel stenen en lagen
er jaren voorbij gaan,
hoe engelen hun tranen
in ivoren, droge huid
de brug aan elkaar naaien.

Tussen je geplukte veren
vinden mijn lippen
je rug, jouw brug naar mijn kus,
de weg naar huis
waar nu je veren
zich aan het kussen uitlenen.

vrijdag 26 december 2014

Belofte aan mezelf.

Ik heb besloten om lijstjes te maken
en lijstjes te doen
Ik wil meer zorg dragen
voor onze, ook mijn, aarde.

Literatuur
en minstens één schrijver en zijn oeuvre
Film
minstens één kunstenaar en al zijn werken
minsten één film per week
ook Cartoons en Sfinx
staan ook op de lijst.
Theater
minstens één keer in de maand

Kus bewust
of kus niet.
Houd je tranen niet in
op een concert of tijdens een film
trek je niets aan van al de rest

Wees niet bang
om bij te komen,
maar berust nooit op je
'zomaar goed' metabolisme
Kijk angst in de ogen
en slik ze door.

Beweeg en leef gezond
streef naar 5K of 7K
maar ken je lichaam
wil niet te veel
en niet te snel

Neem je gitaar terug vast
als een oude vriend
zonder ernst of smart
Geef jezelf de kans om traag
te leren
en misschien wel nooit
de beste in iets te zijn

Liefde voor je taal
maak je tijdlijn
in een collage
zoek dagelijks een nieuw spreekwoord
schrijf je indrukken op
en drink meer
Grimbergen met je ogen dicht.
Ventileer.

Leer eten te delen
wees goed voor anderen,
maar vergeet nooit jezelf
Durf lief te hebben
en risico's nemen.

Verzorg je lichaam
aanbid je tempel
wandel meer
en minder schermen

Maak nooit ruzie
voor een afscheid
of het slapengaan.
Omarm het feit
dat iedereen zal sterven.

vrijdag 19 december 2014

De Zeute Vrei


Koffie afgezworen
en me aan de thee gezet
Verwarmend, een ander soort
iets dat mijn geest niet versnelt
of belet

Thee gedeeld en gemorst
Ik lag in 'een deuk
op een buil'
naast de filters
en het koffiebruin

Thee geproefd en gemaakt
Mijn eigen kopje bevat
kruiden en tijd 
Het voornaamste is
de Zeute Vrei
de kunst van theemaken
'met beleid'





maandag 1 december 2014

Haar naam is

Ik doe sinds kort niet meer aan koosnaampjes
Ze lijken altijd op stap of op missie
op het gezicht van mijn andere
Sinds kort zeg ik niet schat of lieverd
          Af en toe wel
          Ze is een kist
          Ze is een buit
                  En onaardig is ze ook niet
          Zo veel lief
          Zo veel goud
                Haar (in) schatten
                Dat  gaat  niet

Sinds kort wil ik geen woord
om haar te omschrijven
of aan te spreken
in een brief,
want haar naam is Mooi,
of toch in het Frans,
en die schoonheid heb ik lief.

zondag 23 november 2014

tweezaamheid


Eenzaamheid is lachen
maar het niet menen
geen troost vinden in de omhelzing
die onze huid biedt
aan onze ziel

Enkel de afstand ertussen
in tweezaamheid, een eendkonijn
enkel de rimpel die zich herinnert
hoe anderen lachten

Eenzaamheid is lachen,
maar het niet menen
de voetafdrukken die kraaien
potig hebben neergezet
alsof ze je geluk willen voorschrijven
maar tekort schieten in woorden

Ze plooien niet
Ze zakken in

Enkel een archeoloog die ziet
hoe oud ze zijn
hoe onverschillig ze bestaan
in het heden
hoe eenzaam ze zijn
als ze kijken in de spiegel
terugblikkend op het verleden
en ze verder vallen in hun rouw
om het oorzakelijk verband
van hun zijn.

dinsdag 4 november 2014

Belgen op de bank

Tussen de ruiten van het raam staat de bank
onder een leuze in canvas
waar geen zekerheid, maar vraagtekens
als nagels het kader tegen de muur houden
                vandaag de dag
                gisteren de zorgen
                voor morgen

Onder die leuze staat de bank
waar velen hun hoofd leggen
               linkse wang, gisteren
               rechtse wang, vandaag
               ogen naar de ruiten
een traan

Altijd die vraag naar morgen en welke wangen
en dan ooit een dag
waarop gisteren - een lach -
de tijd van Belgen op de bank was.

zondag 2 november 2014

Malhün


Het blaadje dwarrelde alsof ze heupen had
rondingen van het zuiden
die hier komen dansen in de herfst.
Meer bruin dan groen
bedekt mijn tuin in november.

Het blad viel eenzaam en traag alsof hij zong
wat de muzikanten in stilte
niet waagden te vertellen met snaren.
Gesneden uit ander hout
kon het blad zingen met wat zij misten.

Een klankkleur van roestig bruin
dat door de seizoenen was gekleurd
en bij het zicht van winter
besloot om uit te zingen.





zaterdag 25 oktober 2014

zaterdag 11 oktober 2014

Wintertenen

Mijn grote teen wil rechter worden
Zijn buur wil reizen en ontdekken
De middelste wil jou schilderen
De tweede kleinste wil groter zijn
Mijn kleinste teen wil weg van hen zijn.

Bij het opstaan zei je dat het te koud werd
om nog met blote voeten te woelen onder 't laken
en vroeg je of ik ze misschien kon opbergen 
in een kous of schoen.

Ik vond het wat te gek mijn tenen te verbergen 
na zomers vol zand, gras en geluk.

Jij zei dat het beter was ze zelf te isoleren,
want dat deed jij uiteindelijk ook.
Als ik ze dan opgewarmd zou krijgen,
zou jij ze terug omhelzen, beloofde je,
alsof ze altijd warm waren geweest.

Misschien, zei je, 
misschien loopt je bloed niet meer zo goed
door en worden ze daardoor koud.
Misschien, zei je,
zijn daar wel pillen voor.

Misschien, denk ik nu,
waren jouw handen wel koud.

dinsdag 30 september 2014

Voor een vriendin


Een witte zijden sjaal
voor een vriendin
op een nakende afstand.

Voor haar die meer verdient
dan vingertoppen achter de lichtspot
die weg van haar aangezicht
wordt geduwd, gericht op de scheur
die zich heeft gevormd op scène,
waarvan de kleurintensiteit tussen
koud en warm flikkert.

Ik wou dat er een zilveren sluier
rond je hart kon nestelen
die je zou behoeden voor smart
die je idealisme kan breken,
voor pijn die niet eeuwig
opschortbaar is.

Los kan je niet eeuwig blijven,
maar aard je nooit zo diep als ik,
voor je vergroeit met bodem
die niet de jouwe is
en je blik vastroest
op de horizon van een ander,
de dag dat je blootsvoets
een maaksel bent geworden
van opgedroogde liaisons.


woensdag 30 juli 2014

Hemelhoeren


Meneer de taxichauffeur, ik heb geen tijd
Noem me maar Staf
Nee zelfs geen tijd om te tutoyeren
of u als peetvader in mijn leven te laten.

Gun me enkel deze rit
met uw verhalen van vroeger,
toen u nog vrouwen beminde
en streed tegen de nonnen,
want dat zijn toch
de grootste hemelhoeren.

Oh, u had een grote liefde
waarom nu niet meer?
Waren het de nonnen,
of werd het allemaal plat
en gaf u er niet meer om.
De wijn smaakte zuurder en
het ochtendgloren had stank in de mond
Ja, natuurlijk snap ik
dat er overal een einde aan komt.

Een laatste blik geworpen
op de passagiers die u afzet
Dan vraag ik me af hoeveel gezichten
u ziet passeren op een dag rijden.
Ach, waarschijnlijk niet minder
dan ik in de stad wezenloos voorbij ga.
Nee we vliegen niet over Oekraïne
Wij gaan naar het land waar
de crisis - niet erg subtiel - toeslaat
op het menselijke vernuft,
maar waar de natuur
de Macedonische glorietijd
nog altijd weerspiegelt.



Koen Deschepper (c)

donderdag 12 juni 2014

Godin en goddeloze


Ik weet dat je stilaan vervaagt
door elkaar te vaak als product
of medicijn te gebruiken,
te vaak goedkoop te groeten
en gemakkelijk vaarwel te zoenen.

Je ziet mij tussen de mensen, de muren
en de straten bewegen.
De afgelegde weg in je aorta
lijkt je nu bijna even achteloos
als de sokken die je deze ochtend
uit gewoonte onder de lakens vergat
Maar het is ik, die verdwijn in mijn hoofd
alsof ik door mijn schoenen zak
en mijn pen door de vingers wegvalt
als kwik.

Terwijl rede mij uitlegt dat één plus één twee is,
wordt dat bij mij drie
of vier of vijf.
Mijn huid en haar volgen dan wel
de voetafdrukken die reeds voor me liggen,
maar mijn maag en darmen willen elders heen.
Ze knopen zich op bij het eerste kwartier.

Ik ben de asgrauwe maan op de rand van existentie.
Ik ben niet langer je Godin en goddeloze,
niet meer je Atlas in de hand.
Als droge wortel zoek ik wanhopig
naar het laatste vocht
in jouw zanderige herinneringen.





naar aanleiding van
"Het vanzelfsprekende is het bijproduct van vergeten." - S. Hertmans

vrijdag 23 mei 2014

Onder de maan


De schoonheid van de nacht,
die mysterie en hartstocht ontluikt,
valt niet te combineren met de noodzaak van de dag,
die warmte, geluk en duidelijkheid schept.

Gabriëlle, war bist du bleiben


Het verlengde van de breuk,
zoals het gemis van een losgerukte vrucht.
Blind op zoek naar zijn oorspronkelijke paradijs.

Jij ruikt al te gauw naar de zon,
die zijn eerste ogen, 
op jou heeft gebrand.
Jij ruikt al naar een andere wereld,
ver van mijn Atlantis,
spiegelpoel van de hemel.
Jij kleurt nu de wangen van anderen,
door in de wereld te staan,
en te vallen.

Je was mijn sterkte,
maar het is niet meer intens,
niet langer in mij
mijn gehouwen, visceraal altaar.
Niet in mijn water,
niet in mijn handen.

Als het kwade oog drukt
op de deur van je muizenis
en jouw boodschap 
enkel door mij begrepen wordt,
kruip dan terug naar mijn schoot,
met een boeket lelies in de hand.
Zo zijn we eeuwig puur
en ongeschonden.





maandag 21 april 2014

Wees gegroet


Ik zie het groen overal
nee, ik hoef niet eens te zoeken,
het achtervolgt me
zonder waarschuwing 
staat het voor me.

Een kleine nuance die het perfect
maakt, haast angstaanjagend,
naast de rode rust
van bakstenen die me warm houden.
of zeg maar
rode roest.

Ik zie jouw groen 
in andermans blauw.
ik zie Maria naar me 
lonken, haar schouders
ontblotend.
Haar ogen staren
en blijven dwalen
in het diepste van mijn gebed.

Ik smeek,
God ik heb gesmeekt,
- maar niet tot U,
Uw diplomatische ontrouw
biedt geen warme schoot -
gesmeekt
dat mijn hart moet stoppen
zo oorverdovend
door te draven
als een neukend konijn.
Straks hoort ze mijn kreten
en bezoekt ze mijn bed,
een Magere Hein,
maar dan met negligé.

Dan is het te laat
om te bidden,
dan ben ik
haar nieuwe gebed.

De vogelzang

De vogel zong,
naast de autosnelweg,
haar geliefde toe
dat ze naar een plaats verlangde
los van de wereld
waar de tijd stil stond
en niemand wist
hoe mooi het was
de tijd die ze met elkaar deelden.

De vogel zong,
naast de rijke wijkjes,
haar geliefde toe
dat ze niet kon geloven
Hoe snel de tijd voorbij ging
en ze hem weer had gemist
onder de treurwilg,
die zich in eenzaamheid
boog over het water.

De vogel zong
haar laatste lied,
zonder te weten
dat haar lief gemaakt was
van plastiek.
Zo'n ding dat een mens
vastbond aan een boom,
maar de wilg kon niet zingen
en boog zich verder
in hun verdriet.