woensdag 13 mei 2015

Pleister


Je prikt mijn lijf
in duizend sensoren
mijn hart gonst hoger
reist naar boven
mijn ogen, mijn hoofd
schuilen daar
wachten, wachten

mijn hoofd denkt
kloppende woorden
het goud gonsde
en smolt in mijn
open wonde

waar is het pleister
oh lief
waar pleister je iets
ongeneeslijk

hoe leg je handen
uit of op
hoe verstop je mijn ogen
tussen tanden
en stof

waar is het pleister
oh lief
waar pleister je iets
ongeneeslijk
ziek?

Iaia

Ze zit en ze kijkt
Ze aait het licht
Dat de tijd verstrijkt

Met mij praat ze niet
Ze vouwt haar woorden
Boetseert wat ze ziet

Haar lichaam is haar geest
Zoals decemberdagen
Niet zeker wat er geneest
En wat ze nog kan verdragen






Ingedikte tranen I

Het is glad ijs, met deze vrouw
apart al te vaak door de mand gevallen
of in een mand gelegen als een hond
en na de puppydagen
lieten ze ons los

Ik wil haar niet in mijn mand
Ik wil haar in mijn bed
en aan de ontbijttafel
en aan mijn hand
in de stad, in de regen
in bad, in mijn armen
in mijn tranen en
mijn lach

Ze is klein in centimeters
groot in moed en zorgzaamheid
Ze is klein in mijn hand
maar groot als ze mij 
over plassen draagt
mij erover lift 
met haar soms harde 'g'
en haar noordelijke directheid
de staccato's in haar 
vingervlugge wijzen
masseren mijn mondhoeken
tot een lach.

Als ze fronst, 
ontsnapt een vogel 
boven haar ogen
haar wenkbrauwen vliegen eraf.

Ik kwispel nog stiekem
achter de deur
tot de vogel zich nestelt,
haar veren platstrijkt
tot wenkbrauwen van een kind
op zijn eerste dag.




Ingedikte tranen II

Elke ochtend rek ik me uit
Wel twintig keren
Omdat ik weet
Dat zij naar me kijkt.
Er is geen groter geluk
Dan telkens weer
Geboren mogen worden.
Telkens een hand die je voorhoofd streelt
Alsof je voor het eerst was.
Alsof je voor het eerst je ogen opendeed
En in haar bijzijn lag.
Elk ontwaken is zij mij voor,
Alsof ze me behoeden wil
Of zich al excuseert
Voor het gesnurk van 's nachts.

Ik kijk telkens naar het licht
Dat door de spleet
Van haar gordijnen
Ons zachtjes tot zich trekt.
Ik wen aan de orde van de dag.

Zij wat bleker dan 's nachts,
Alsnog een kleur die in 't licht
mij niet verblindt
maar verlicht.

Ik denk aan haar tranen
Zoals een goed glas wijn.

Ze vallen niet
Ze plakken
En willen soms
Niet uit haar ogen zijn.

Ik kan niet anders dan falen
Als woordenmanipulatrice
Als klankentechneut
Als beeldenstukadoor
Om te vatten 
Wat zij kan zeggen
Met haar ingedikte tranen.

Vertaling

Wat voelde je
toen je de hemel aanraakte
vreugde, door het mooie gezicht? 
opende het je hart
doorheen tijd en licht?

Als de wind zucht
daalt de hemel even neer.

Dat beeld waarnaar je greep
was dat gemaakt van gas?
brak je hoop
tot scherven van wolken
en as? 

Prevel, zing of bid
tot de adem van Goed
als de wind zucht
voelt het even god.


(Vertaling van 'Chronic Displeasing Record'©LD)