Er zijn
zo van die ochtenden
- naar
de bakker gaan -
dan sta
ik voor de deur en denk ik,
waarom
niet eens die om de hoek?
ik stel
me voor hoe een andere man
of vrouw
mij zou begroeten
of de
taartjes anders smaken,
of is
dat maar een gedacht
het is
de fantasie die leeft
- op het
ritme van de nacht -
waardoor
ik ’s ochtends al snak
naar
zoet
zoet op
mijn koek
naar een
ander die zegt: “de stad is toch groot”
en dik
zijn maakt die kleiner
maar hoe
raak ik dan vol
als ik mijn mond moet sluiten
waarom
mag dat niet, mama
waarom
kijken mag
en al
dat andere niet
Wat als
bakkers ook fruit verkopen
en ze
dan zeggen
het hart
van de vrucht is een pit?
dan begrijp
ik nog minder dan
de stad
groot is
en ik
ben klein,
een oven
over mijn bord
want ik
wil het kraken vanbinnen
ook al
is dat bitter en hard
Het
sneeuwt in jouw bakkerij
ik dans
om de broden heen
liefst
ongesneden
zo heb
ik er wat aan
Geen opmerkingen:
Een reactie posten